| Profil de KachaWonderlandPhotosBlogListes | Aide |
Ramsey Nasr: a stud with brains
Hieronder vinden jullie het stadsgedicht van de stadsdichter van Antwerpen, ik hoop eigenlijk dat iemand het leest, kwestie van de oppervlakkigheid tegen te gaan.
*zucht*
Stadsplant I (de wortel)
het was zonnig die dag, ik liep zonder helm over de leien ingeburgerd als altijd, vrij als een ijzeren vlinder, volmaakt gelukkig en op deze dag stortte ik gillend omlaag langs de werken waar een mammoetbot mijn val brak: welkom in antwerpen ik houd van opgebroken straten en bouwkuilen, ik snuffel graag zacht aan die grens tussen ijstijd en stad, op mijn handen loop ik er rond splijt grond onder kasseien, als een kind bij een inkijkoperatie wens ik dat er iets moois uitkomt, een stadswal, munt of een stuk van een mens alleen ditmaal, nu ik afgleed en de leien zelf zich vooroverbogen oprezen als een vloedende golf boven mij en mijn mammoetbotje ditmaal dus, nu de volledige stad zich languit kreunend openbraakte en sloot - dit was toch anders (iemand zoog me als pepermunt in slaap) toen ik ontwaakte met de smaak van moeras in mijn mond bevond ik mij in een donker, een onbekend ontwerp, iets van antwerpen ja maar als stelsel van buizen, ruien en ingangen ideale stad voor dichters en ratten, een deadline met zijtakken wat was dit, wie had die schitterend zinloze kanalen gegraven met leeg zwart water, wist men dat op het kabinet, wist men daar dat ik hier onderaards kon bootjevaren in een illegale stad waar elke straat een dubbelganger met naambord had? ook gloednieuwe tunnels liggen kant en klaar - maar voor wie? zandvreters hebben een wegennet voor schimmen en doden aangelegd voor onbestaande auto's, trams en schepen, terwijl vlak hierboven het leven barst, lonkt en vastligt in een immer open graf toegegeven, gezellig was het niet beneden, weinig ambiance maar wat een rust: geen telefoon, geen achterklap of niks en mogelijkheden voor het oprapen in deze spiegelstad in deze kanalen zou ik met liefde willen verdwalen ik zou kriskras dagenlang rondgokken op de tast tot ik pardon madam tegen de scheldewand zou botsen en de schelde zei kom het is maar een deukje, hoe is je naam zij nam mij vast in haar mooie rivierarm en liet me weer gaan toen ik tot slot de zandeter zelf in de scherpe ogen had gekeken klom ik terug, ik stak mijn kop weer op als een mol in de kathedraal en keek rond - ik was mezelf nog, ik was ramsey, voor de verandering niet stilaan in een hij veranderd, maar in een gedicht op vakantie * * *
II (de stengel) natuurlijk hadden we bang, ja bang dat hij via zwalpende omweg aan onze melk, onze eiermarkt zou raken, schuren zou langs de naakte muren van onze lieve vrouw of erger nog bang hadden wij van gedachtes aan hem in de haarstraat er waren er die hem 's nachts richting bloedberg hadden horen stiefelen (alleen dat woord al: stiefelen) en wat hij daar deed we weten het niet, niemand heeft hem er ooit zien opduiken wat extra verdacht was want wat had hij daar onzichtbaar te zoeken? wij voelden reeds hoe hij vloekend onze stad kwam omwallen ons lichaam aanklampte met zijn brug van gladde palingen wat wil de dichter? hij wil kansloos paren met onze stad de man trekt op een zwarte dag als hete jas ons vleeshuis aan wij zagen het komen: ons huis rond zijn leden en uit wandelen gaan de pagadder zal ons kapotparaderen in speklaag, rode steen en o! was godfried 3 met de bult of 2 met de baard desnoods er nog maar niets staat nog vast - misschien is de dichter een vreemdeling zeker maar allerbangst hadden wij (wij: clémentine, thérèseke, onze frans ons milou, marjetje, de swa, de mil, de neus, onze rudy moustache ons florreke, de senne, de fonne, den tuur, ons yvon en de schele mon) toen de groenplaats zelf begon te schudden lijk tafel plus assenbak we renden in paniek de eerste de beste kathedraal in en zagen nog juist hoe hij (hij weer!) al rijmend en broebelend de heilige vloer met gedenkplaten van onderen kopstoten gaf erdoorheen brak en triomfantelijk de ruimte betrad als een zaad vreselijk was het, hij stak meteen zijn hoofd in het orgel hij kroop door de pijpen en nee toch, het verspreidde zich duizendvoudig versterkt galmde het, vermenigvuldigd was hij nu een leger van vieze hunnen en goten binnen onze schone muren één-één-twee! maar hij zat al met zijn poten aan de zijbeuken hij begon traveeën te strelen, kapellen te kittelen, te betasten een zachte beeldenstorm was hij o god waar bleven die flikken licht van spitsbogen ving hij op, het glas-in-lood begon te blozen toen zag hij ons - we stonden genageld van binnen en hij donderde: 'dag clémentine, dag fons, dag josé, gérard, miraise, philemon dag thérèse, ghiselin, flor, swa, mil, tuur, frans, gust en yvon daar ben ik, zullen we dan maar beginnen? voetjes van de grond!' hij wees omlaag naar onze glansgelakte schoenen en o, o, o wat keken we op toen hij die steunbeertjes onder ons wegsloeg ons ongevraagd een citytrip lyrisch aufsteigen aanbood we zouden helium gaan drinken, poefen op zonlicht - en dat mag niet 'vind u het goed als ik uw kathedraal even opblaas en volsteek? ' neen! riepen we maar hij nam ons snel op in zijn gedicht, verbijsterd hingen we als ballonnen tegen het kruisgewelf boven het schip ja toen stegen we maar op, met onze lieve-vrouwe-zeppelin de hemel in al snel hingen we met onze maagd boven de stad, totaal belachelijk we moesten onze voeten uitdoen, over mijn lijk, maar je moest wel we strooiden ze uit over de stad en zagen ze als dode vogels neervallen licht, angstig keken we uit gothische ramen, gevangenen in zijn gedicht
* * *
III (de bloem) de vraag is deze: gaat u mee van koekensgracht tot vlaaikensgang? van kopstraat tot zakstraat was ik altijd een vreemde gebleven wat wist ik van gagelbaan, lapperbos en de hele battaklan? welnu, de slapende stad heb ik onder ons gespreid als een lichaam ze ligt in narcose, neem alle tijd, vlieg rond en wijs mij rustig de ledematen (verbindingsgeulen, omheiningleien, grensstraten) aan zeg mij a.u.b. A waar het verschil zit tussen kipdorp en klapdorp B wat de kern is, C wat het sas is, D wat bist, E wat zand, F dries onderwijs me in de raadsels van wapper, klipper- en klamperstraat als ik haar code ken zal ik in ruil, van hamerplein tot gruisweg van goethestraat tot muggenpad, van erasmuslei tot banaanweg uw stad wakkerkussen, mijn lippen zullen dichterkikkers zijn en sorry van het vliegen maar op deze hoogte zoen ik graag voel ik donderkopjes in mijn maag van schoonbroek tot schroeilaan o stijfselrui o paalstraat, ik krijg lust om de stad te bezitten als een veranderend element zal ik hart met hitte breken uit gist, gas, kalkstraat en olie heb ik mij een vrouw verkregen groot antwerpen, sta op! loop met mij van lobbesplein tot bollebeke! o ja ik wil! ik draag je door vrijgezellenstraat naar beddenstraat ik wil je totaal van nieuw stad tot ouland, van oever tot toog via lentelei en korte batterijstraat zullen wij mekaar beademen maar zij - met haar limbastraat, klipstraat en wipstraat blijft ze roerloos als een gehavende metropool - één stroomstraat beweegt de elektronikalaan legt de hoorn van de telefoonstraat - ze zwijgt * thérèse, clémentine, de rudy moustache, miraise, de swa en de sjarel ze plakken nog altijd tegen de ruiten van hun zwevende kathedraal hevig verlangend naar venusstraat en ruimtevaartlaan beneden dan ook, als op een teken begint het licht te haperen, de zon zakt ze ploft bolrood ineen en trekt ons mee naar onbekende ondergang tussen ons ontwaakt de stad als lichaam van water en lampen landend bij nacht zien we nog net een metropool haar arm heffen en strekken - ze krabt wat aan de groenplaats, voelt uitgeslapen of haar kathedraal er nog zit (ja, we zijn er) en staat op het is voorbij, op weg naar de uitgang vraag ik de sinjoren :en, hebben we het gezellig gehad? heerlijk hoor, antwerpen stilte - milou mompelt zacht: 'wa wette gai van ongs stad?' dus ik zeg tegen haar, ik zeg milou moet je horen zeg ik tot vandaag ken ik enkel de hollandstraat en de rotterdamstraat ik ken de haifastraat, de olijftakstraat, de jerusalemstraat in de jodenstraat vind ik mijn weg sinds lang zonder problemen ik ken de van campenhoutstraat en de kneuterlei, de weerstandlaan en de zwijgerstraat en de pesthofstraat en de galgenstraat en de janssensstraat en de goedendagstraat en de leguit en de goede hoopstraat en de wouwstraat en de onafhankelijkheidslaan en de overwinningstraat en de vrijheidsstraat en et cetera * envoi: 'alles bon en wel, o grote poëet-labbekak-de-la-ville maar excusé dat is antwerpen niet, uw hele sinksefoor daarboven en uw mammoetbot en alles, schoon ze, maar dat pakt hier niet waarom ruikt ge niet eens aan de geurende boezem van onze stad? gij telt blaadjes op afstand en schrijft tevreden: een bloem zag ik maar kom toch dichter, ruik, we zijn echt meneer, wij leven pas als ge aan ons gesnoven hebt, aan ons vlees, ons bloed onze petrol en de sluikstort diep in onze kelk, dan misschien doen we mee aan uw zweverig straatnamen-tric-trac-spel met uw eendrachtstraat, uw eenheidstraat, uw verzoeningstraat uw gelijkheidstraat en de harmoniestraat en de welvaartstraat ja wie weet stijgen ook wij dan via voorspoedlei en regenbooglei omhoog langs onze hemelstraat, niet omdat u dat verzonnen had maar omdat we dat zo willen: kijk dan onze zonstraat, onze hemelrijklaan gaat van offerandestraat richting paradijsstraat en niet langer omhuld door de muren van onze lieve madam stormen we binnen, wij: thérèse, philemon, de neus en al de rest van je hopland hosanna de heilig hartstraat in, gewichtloos hoger waar het strand van sint anna als een ansicht op ons wacht om dan bij de reuzenpoort wellicht die rechterhand vol ballast mee af te werpen, samen aan te kloppen - te worden toegelaten als waarlijk vrije verzen in ons eigen stadsgedicht'
En oké, als jullie toch te lui zijn, kan je het gedicht beluisteren op http://www.podcast.net/play/83747/1 of http://www.podcast.net/show/83747#SODE13 naar beneden scrollen en klikken op aflevering 1
En toegegeven, zalig hoe hij het voordraagt Ik zou zo wegdromen bij deze mooie stem Je moet echt luisteren, je wordt er verliefd van.... je wordt er mens van... ik weet niet wat, maar het is mooi zo mooi
Commentaires (2)Pour ajouter un commentaire, connectez-vous avec votre identifiant Windows Live ID (si vous utilisez Messenger ou Xbox LIVE, vous avez un identifiant Windows Live ID). Connectez-vous Vous n'avez pas d'identifiant Windows Live ID ? Inscrivez-vous
RétroliensL'URL de rétrolien de ce billet est : http://sinasappelmeisje.spaces.live.com/blog/cns!CCBF82D6A431BAAC!1188.trak Blogs Web qui font référence à ce billet
|
|
|